lexiara

TITEL II. Huurovereenkomsten voor hoofdverblijfplaatsen › HOOFDSTUK II. Aanvang van de huur

Leveringsplicht en staat van het goed § 1. De verhuurder is verplicht het goed in alle opzichten in goede staat van onderhoud te leveren. Het gehuurde goed moet beantwoorden aan de vereiste van conformiteit, vermeld in artikel 1.3, § 1, eerste lid, 8°, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021. De aanwezigheid van een conformiteitsattest als vermeld in artikel 3.6 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, dat binnen drie maanden voor de aanvang van de huurovereenkomst werd afgeleverd, geldt als vermoeden van de naleving van de verplichting, vermeld in het tweede lid. § 2. Een huurovereenkomst die wordt gesloten voor een goed dat niet voldoet aan de vereisten, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, is nietig. De nietigheid moet door de rechter worden vastgesteld. Met behoud van het recht voor de huurder om een schadevergoeding te eisen, kan de rechter die de nietigheid, vermeld in het eerste lid, uitspreekt, een bezettingsvergoeding opleggen die gebaseerd is op de objectieve huurwaarde van het pand, rekening houdende met de gebreken aan het goed.

· All articles ·

Source: Vlaamse Codex — open-data API · retrieved 2026-08-02