TITEL II. Huurovereenkomsten voor hoofdverblijfplaatsen › HOOFDSTUK III. Tijdens de huur › Afdeling 2. Duur van de overeenkomst
Negenjarige duur Elke huurovereenkomst waarop deze titel van toepassing is, wordt geacht te zijn aangegaan voor een duur van negen jaar. De huurovereenkomst eindigt na het verstrijken van een periode van negen jaar als de verhuurder ten minste zes maanden vóór de vervaldag een opzegging heeft gedaan. Als de verhuurder een opzegging heeft gedaan, kan de huurder, hoewel hij het genot behouden heeft, zich niet beroepen op een stilzwijgende wederinhuring. Als de verhuurder binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, geen opzegging heeft gedaan, wordt de huurovereenkomst telkens onder dezelfde voorwaarden voor een duur van drie jaar verlengd.
← 15 · All articles · 17 →
Source: Vlaamse Codex — open-data API · retrieved 2026-08-02