lexiara

TITEL III. Huurovereenkomsten voor de huisvesting van studenten

Beëindiging van de huurovereenkomst § 1. De huurovereenkomst kan door de huurder worden beëindigd in de volgende gevallen: 1° vóór de inwerkingtreding van de huurovereenkomst; 2° bij de beëindiging van zijn studie op voorlegging van een bewijsstuk van de onderwijsinstelling; 3° bij overlijden van een van de ouders of een andere persoon die instaat voor het onderhoud van de huurder, op voorlegging van een bewijsstuk. In het geval, vermeld in het eerste lid, 1°, is een opzeggingsvergoeding verschuldigd van twee maanden huur als de huurovereenkomst wordt beëindigd minder dan drie maanden voor de inwerkingtreding van de huurovereenkomst. In de gevallen, vermeld in het eerste lid, 2° en 3°, bedraagt de opzeggingstermijn twee maanden. De opzeggingstermijn neemt een aanvang de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de opzegging wordt gedaan. § 2. De huurovereenkomst wordt van rechtswege ontbonden door het overlijden van de huurder op de eerste dag van de maand die volgt op het overlijden.

· All articles ·

Source: Vlaamse Codex — open-data API · retrieved 2026-08-02